
"Je moet goed weten wat jouw standpunt is én dit over kunnen brengen".
“Sinds een half jaar werk ik als belangenbehartiger bij FME, de ondernemersorganisatie voor de technologische industrie. Samen met de collega’s in mijn team vertegenwoordig ik de belangen van onze leden in Den Haag en Brussel. Daarbij richt ik me specifiek op innovatie- en industriebeleid.”
“De bedrijven die lid zijn van onze koepel zijn goed voor ongeveer eenzesde van de totale Nederlandse export. Een aanzienlijk aandeel dus! Onze technologie gaat de hele EU en de wereld over. Tegelijkertijd merk je dat waardeketens steeds ingewikkelder worden, door handelsconflicten en geopolitieke spanningen zoals die tussen China en de Verenigde Staten. De Europese dimensie is daarbij super relevant. Wat ons betreft zou Europa een ‘industriepolitiek’ mogen voeren, zoals andere grote economieën in de wereld dat veel meer durven te doen. Zo kunnen we als Europa in de wereld mee blijven doen.”
“In de dagelijkse praktijk speelt Europese regelgeving op allerlei manieren voor onze leden. Zo heeft de EU regels over staatssteun. Een overheid mag niet zomaar een bepaalde industrie financieel steunen, omdat dit de markt in de EU verstoort. In de praktijk zie je soms dat EU-landen die regels verschillend interpreteren. Het is in het belang van Nederlandse bedrijven dat ons land de regels niet strenger interpreteert dan bijvoorbeeld Frankrijk en Duitsland. Tegelijkertijd is het essentieel dat investeringen in innovatie, van groot belang voor de strategische autonomie van ons continent, zoveel mogelijk Europees gecoördineerd worden om een ongelijk speelveld te voorkomen. Dat kan een onderwerp zijn waar we in onze gesprekken met de overheid aandacht aan besteden.”
“Tijdens een werkweek doe ik veel verschillende dingen. Ik spreek met ambtenaren van diverse ministeries en we zijn aanwezig bij debatten in de Tweede Kamer over innovatie, technologie en industrie. Voor de verkiezingen voor de Tweede Kamer en het Europees Parlement geven we onze prioriteiten mee door een agenda te schrijven, waarin partijen kunnen lezen wat er wat ons betreft over technologie, industrie en innovatie in hun verkiezingsprogramma’s zou moeten staan. Ook organiseer ik regelmatig werkbezoeken, bijvoorbeeld voor Nederlandse of Europese parlementariërs, om onze leden te bezoeken.”
“Mijn werk is vooral in Nederland, maar we hebben veel contact met onze Europese koepelorganisatie in Brussel. Zij doen de belangenbehartiging namens onze sector bij de EU-instellingen. In die koepel is er een werkgroep over Research & Development en Innovatie, waar ik lid van ben. We bespreken daarin zaken als Horizon Europe, een belangrijk innovatie subsidieprogramma van de Europese Unie. Wij vinden dat de maakindustrie daar goed in vertegenwoordigd moet zijn, zodat Europese technologie kan bijdragen aan belangrijke maatschappelijke transities in de hele Unie.”
“Om succesvol te zijn in dit werk moet je goed weten wat jouw standpunt is én dit goed over kunnen brengen. Daarnaast moet je weten bij welke persoon je om welke reden moet zijn. Wat is je verhaal en moet ik daarvoor juist in Brussel zijn of moet ik dit spelen via Den Haag? Ook spreek ik veel met onze contacten uit andere landen. Een beetje empathie en inlevingsvermogen in andermans standpunt is daarbij belangrijk. In het ene land heeft de industrie bijvoorbeeld een veel beter imago dan in het andere en dat heeft invloed op het standpunt dat mensen innemen. Het is goed om je van dat soort achtergronden bewust te zijn en voortdurend van elkaar te leren.”

Jean-Pierre van Aubel
Europese Dienst voor Extern Optreden

Midas de Rooij
Brainport Development

Margriet Drent
Ministerie van Defensie

Guus Rotink
NAVO

Dr. Marenne Mei Jansen
Ministerie van Defensie

Ingrid de Caluwé
Thales Nederland

Pieter-Henk Schroor
Ministerie van Buitenlandse Zaken

Sabine Mengelberg
Nederlandse Defensie Academie

Sander van Nieuwenhuijzen
Hive Aerospace Collective